Klaarzin
Rainer M. Rilke
1875 - 1926
Was mich bewegt
Man muss den Dingen
die eigene, stille
ungestörte Entwicklung lassen,
die tief von innen kommt
und durch nichts gedrängt
oder beschleunigt werden kann,
alles ist austragen -
und dann gebären...
Reifen wie der Baum,
der seine Säfte nicht drängt
und getrost in den Stürmen des Frühlings steht,
ohne Angst, dass dahinter kein Sommer
kommen könnte.
Er kommt doch!
Aber er kommt nur zu den Geduldigen,
die da sind, als ob die Ewigkeit
vor ihnen läge,
so sorglos, still und weit...
Man muss Geduld haben
mit dem Ungelösten im Herzen,
und versuchen, die Fragen selber lieb zu haben,
wie verschlossene Stuben,
und wie Bücher, die in einer sehr fremden Sprache
geschrieben sind.
Es handelt sich darum, alles zu leben.
Wenn man die Fragen lebt,
lebt man vielleicht allmählich,
ohne es zu merken,
eines fremden Tages
in die Antworten hinein.
Viareggio, 23 april 1903
Wat mij beweegt
Men moet de dingen
de eigen stille,
ongestoorde ontwikkeling laten,
die diep van binnen komt
en door niets gedwongen
of versneld kan worden;
alles is voldragen –
en dan baren …
Rijpen als de boom
die zijn sappen niet stuwt
en zeker in de stormen van de lente staat
zonder angst, dat er daarna geen zomer
zou kunnen komen.
Toch komt hij!
Maar hij komt alleen voor de geduldigen
die zijn alsof de eeuwigheid
voor hen lag
zo zorgeloos stil en wijds …
Men moet geduld hebben
met het verwarde in het hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben
als gesloten kamers
en als boeken, die in een zeer vreemde taal
geschreven zijn.
Het komt erop aan alles te leven.
Als men de vragen leeft,
leeft men wellicht allengs
zonder het te merken
op een bijzondere dag
de antwoorden binnen.
vertaling © Klaarzin 2021
Fragmenten van dit gedicht staan eveneens in de brieven van Rilke aan een jonge dichter, F.X. Kappius, in het bijzonder de brief van 16 juli 1903.
