Rainer M. Rilke

1875 - 1926

Der Tod der Geliebten

 

Er wußte nur vom Tod was alle wissen:
daß er uns nimmt und in das Stumme stößt.
Als aber sie, nicht von ihm fortgerissen,
nein, leis aus seinen Augen ausgelöst,

 

hinüberglitt zu unbekannten Schatten,
und als er fühlte, daß sie drüben nun
wie einen Mond ihr Mädchenlächeln hatten
und ihre Weise wohlzutun:

 

da wurden ihm die Toten so bekannt,
als wäre er durch sie mit einem jeden
ganz nah verwandt; er ließ die andern reden

 

und glaubte nicht und nannte jenes Land
das gutgelegene, das immersüße -
Und tastete es ab für ihre Füße.

 

Der neuen Gedichte anderer Teil
late zomer van 1907

De dood van de geliefde

 

Hij wist alleen wat allen weten van de dood:
dat hij ons haalt en in het stille stoot.
Maar toen zij, niet van hem weggesleurd,
nee, voor zijn ogen zacht ontkleurd,

 

vergleden was naar schimmen, onbekend,
en toen hij voelde, dat wie daar present,
wel als een maan haar meisjesglimlach zagen
en haar manier om te behagen:

 

toen werden hem de doden zozeer eigen,
als was hij via haar heel nauw verwant
met elk van hen; voor and'ren bleef hij zwijgen,

 

geloofde niet en noemde ginder land
het welgelegene, het immerzoete -
en taste er de grond af voor haar voeten.

 

vertaling © Klaarzin 2023
berijmd