Klaarzin
Rainer M. Rilke
1875 - 1926
Die Kurtisane
Venedigs Sonne wird in meinem Haar
ein Gold bereiten: aller Alchemie
erlauchten Ausgang. Meine Brauen, die
den Brücken gleichen, siehst du sie
hinführen ob der lautlosen Gefahr
der Augen, die ein heimlicher Verkehr
an die Kanäle schließt, so dass das Meer
in ihnen steigt und fällt und wechselt. Wer
mich einmal sah, beneidet meinen Hund,
weil sich auf ihm oft in zerstreuter Pause
die Hand, die nie an keiner Glut verkohlt,
die unverwundbare, geschmückt, erholt -.
Und Knaben, Hoffnungen aus altem Hause,
gehn wie an Gift an meinem Mund zugrund.
Neue Gedichte
Capri, maart 1907
De courtisane
Venetiës zuiderzon zal in mijn haar
wat goud aanmaken: roemruchte uitkomst
van alle alchemie. Mijn wenkbrauwen die
op bruggen lijken, kijk hoe ze jou
geleiden tot boven het stil gevaar
van mijn ogen die in heimelijk verkeer
met de kanalen zijn, zodat de zee
in hen rijst en daalt en deint. Wie
mij eenmaal zag, benijdt mijn hond
omdat op hem vaak, met verstrooide pose,
mijn hand ligt die geen gloed ooit schroeide,
onkwetsbaar en verzorgd, ontspannen -.
En jongemannen, de hoop van een oud huis,
gaan als aan gif te gronde aan mijn mond.
vertaling © Klaarzin 2021
