Rainer M. Rilke

1875 - 1926

Chemins qui ne mènent

 

Chemins qui ne mènent nulle part
entre deux prés,
que l'on dirait avec art
de leur but détournés,

 

chemins qui souvent n'ont
devant eux rien d'autre en face
que le pur espace
et la saison.

 

Les quatrains valaisans no 31 (1926)

Wegen nergens heen

 

Wegen die nergens heen leiden
tussen twee weiden,
men zou zeggen attent
van hun doel afgewend,

 

wegen die vaak voor zich
niets anders hebben in 't zicht
dan zuivere ruimte
en het seizoen.

 

vertaling © Klaarzin 2023

De titel van dit gedicht is gebruikt voor de vertaling in het Frans van de bundel 'Holzwege'  uit 1950 met zes essays van de filosoof Martin Heidegger.