Rainer M. Rilke

1875 - 1926

Printemps

 

Ô mélodie de la sève
qui dans les instruments
de tous ces arbres s'élève -,
accompagne le chant
de notre voix trop brève.

 

C'est pendant quelques mesures
seulement que nous suivons
les multiples figures
de ton long abandon,
ô abondante nature.

 

Quand il faudra nous taire,
d'autres continueront...
Mais à présent comment faire
pour te rendre mon
grand cœur complémentaire?

 

uit Vergers, 1924

Lente

 

O melodie van het levenssap
die in het orkest
van al deze bomen opklinkt,
begeleid de zang
van onze vluchtige stemmen.

 

Gedurende enkele maten
slechts volgen wij
de menigvuldige vormen
van uw langdurig doorgaan,
o overvloedige natuur.

 

Wanneer wij moeten stoppen,
zullen anderen verder gaan ...
Maar nu dan, wat te doen
om mijn grote hart
op u af te stemmen?

 

vertaling © Klaarzin 2021

Paul Hindemith heeft in 1939 van dit gedicht een koorlied gemaakt. Het is nr. 4 van "Six Chansons".

koor: Nederlands Kamerkoor